We staan aan het begin van een nieuw jaar: 2026. En aan het begin van dit nieuwe jaar willen we elkaar bepalen bij bovengenoemd vers uit Filippenzen 4:5. Het zegt ons dat God in alle omstandigheden – de mooie, maar ook de (soms heel) moeilijke omstandigheden die het komend jaar op ons pad zullen komen – dicht bij ons is. Hij kent ons, Hij weet van onze zwakheid, ons kleingeloof. In Psalm 103 staat: “Hij weet wat voor maaksel wij zijn.” Hij wil ons tegemoetkomen met kracht, met wijsheid en inzicht, vooral ook met genade, om in alle omstandigheden het telkens niet van ons eigen kunnen, maar van Hém te verwachten.
Het vers herinnert ons ook aan de wederkomst van de Heere Jezus Christus. Paulus roept ons op om Hém “uit de hemelen te verwachten” (1 Thess. 1:10). Wat voor een heerlijkheid ons eenmaal in de hemel te wachten staat, kunnen woorden niet beschrijven, maar hier en daar geeft God ons in Zijn Woord een inkijkje. Bijvoorbeeld als Paulus spreekt van het “eeuwige gewicht van heerlijkheid,” dat “alles overtreft” en zal blijken op te wegen tegen elke nood in ons leven (2 Kor. 4:17). Of als hij het heeft over de zaligheid waarover we ons met “een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde” mogen verheugen (1 Petr. 1:8).
Met deze woorden geeft de Heere ons een voorproefje van onze geweldige Toekomst. Ook als we in ons leven, in 2026, moeilijkheden en beproevingen meemaken: De God van de Hoop is tegelijk de “God van alle genade, die ons – na een korte tijd van lijden – zal toerusten, bevestigen, versterken en funderen.” (1 Petr. 5:10) Laten we elkaar in het komende jaar hierop wijzen. Laten we binnen onze gemeente de levende hoop op Zijn spoedige komst wakker houden!